Mijn pad was nooit recht

Over rouw, spiritualiteit en de mannen die mij leerden dragen wat het leven brengt

Je ziet het misschien niet aan me, maar mijn pad is nooit recht geweest. En als ik daarop terugkijk, zie ik geen lijn die zich logisch van begin naar einde ontvouwt. Maar eerder een landschap van omwegen, stiltes en breuken, van momenten waarop het leven mij meenam naar plekken die ik zelf nooit zou hebben gekozen. Maar die achteraf gezien precies die lagen in mij hebben geopend die anders misschien gesloten waren gebleven.

Misschien herken je dat, dat je dacht dat je ergens naartoe ging. Een richting had die klopte, een leven dat zich liet plannen, en dat er toen iets gebeurde waardoor alles kantelde, waardoor je terechtkwam in gebieden die rauw waren, pijnlijk en onzeker. En waarin je soms alleen nog maar kon voelen dat je daar was, zonder precies te weten wat de bedoeling was of hoe het verder moest.

En toch… waren het juist die momenten die het meest vormend bleken te zijn.

Niet omdat ze gemakkelijk waren. Maar omdat ze je uitnodigden om te blijven, om niet weg te gaan van wat zich aandient, om aanwezig te blijven in wat schuurt en wringt, ook als je het niet begrijpt, ook als je het liever anders had gezien.

Wanneer het leven je vormt van binnenuit

Het leven vormt je niet alleen in wat zichtbaar is, in de stappen die je zet en de keuzes die je maakt, maar juist in alles wat daaronder ligt, in de lagen waarin je leert dragen, waarin je leert omgaan met verlies, met rouw, met dat wat je niet kunt controleren of sturen.

Daar, in die minder zichtbare beweging, ontstaat iets wat niet te forceren is, maar wat zich langzaam opent wanneer je bereid bent om te blijven, om te voelen, om niet meteen te willen oplossen wat er is.

Mijn weg heeft mij daarin veel geleerd, niet in theorie, maar in ervaring. In het daadwerkelijk leven van die momenten waarop alles even stilvalt en je wordt teruggeworpen op jezelf.

Tussen wetenschap en spiritualiteit

Wat daaruit is ontstaan, is een manier van werken en leven die zich al meer dan dertig jaar beweegt tussen werelden.

Tussen het zichtbare en het onzichtbare.
Tussen wetenschap en spiritualiteit.
Tussen wat we denken te begrijpen… en wat zich pas laat zien als je durft te vertragen.

Tussen wie je bent geworden… en wie je in wezen bent.

Voor mij is theologie nooit een systeem geweest, maar de poëzie van de ziel, een taal die spreekt over vertrouwen, niet als iets abstracts. Maar als iets wat je kunt voelen in je lichaam, juist op momenten waarop het leven alles van je vraagt.

De mannen die mij zagen op een pad dat niet recht was

Wat misschien minder zichtbaar is, maar wat een diep fundament heeft gelegd onder alles wat ik vandaag doe, zijn de mannen die mij op mijn pad hebben begeleid. Juist op de momenten waarop dat pad allesbehalve recht of duidelijk was.

Het waren niet alleen die studies, maar de mannen die mij zagen. Niet alleen in mijn kracht, maar juist in mijn twijfel, mijn zoeken, mijn niet-weten. En die daar niet voor terugdeinsden, maar bleven, keken, en soms met weinig woorden precies dat raakten wat geraakt moest worden.

Bij Egon Massink leerde ik vijftien jaar lang, stap voor stap, soms aarzelend en soms met een diepe herkenning, dat er zoveel meer is tussen hemel en aarde. Het para-normale. En dat mijn weg niet alleen gevormd werd door wat zichtbaar was, maar juist door dat wat zich in onzichtbaarheid liet zien en horen.

Bij Michael Murphy, Matthias Smalbrugge en Jan Sonderen leerde ik dat crisis en rouw geen fouten zijn in het leven, maar momenten waarin iets zichtbaar wordt wat anders verborgen blijft. En dat je als begeleider niet degene bent die de richting bepaalt, maar degene die naast iemand blijft lopen, ook wanneer er geen duidelijke weg is.

En Kees Voorhoeve liet mij ervaren dat stilte niet leeg is, maar juist vol. En dat je in meditatie iets kunt ontmoeten wat je met denken nooit bereikt kan worden.

Wat zij mij leerden, ging niet over technieken of systemen, maar over een houding.

Over aanwezig zijn.
Over blijven.
Over het verdragen van het niet-weten.

De bedding onder mijn werk

Als ik daar nu op terugkijk, zie ik hoe essentieel deze mannelijke bedding is geweest, hoe zij mij richting en helderheid hebben gegeven in een leven dat van binnen vaak allesbehalve recht of overzichtelijk voelde. En hoe zij mij hebben geholpen om niet te verdwalen in de intensiteit van wat ik ervoer, maar erdoorheen te bewegen met een bepaalde stevigheid.

Zij wezen mij niet de snelle weg naar buiten, maar juist de weg naar binnen, die minder zichtbaar is, maar uiteindelijk veel eerlijker.

En juist omdat die bedding er was, kon iets anders in mij zich openen.

Iets wat zachter is.
Iets wat niet duwt, maar volgt.
Iets wat voelt in plaats van stuurt.

Het vrouwelijke.

Niet als tegenhanger van het mannelijke, maar als iets wat erop rust, wat het nodig heeft om werkelijk te kunnen landen.

Leven tussen Nederland en Spanje

Ik leef en werk tussen Nederland en Spanje, op plekken waar ruimte is voor stilte en vertraging, waar het leven zich niet alleen afspeelt in wat je doet, maar juist in wat je voelt. En van daaruit ontmoet ik mensen, vooral vrouwen, die ergens onderweg zichzelf een beetje zijn kwijtgeraakt en verlangen naar een manier van leven die dichter bij henzelf ligt.

Misschien is dit waarom je hier bent

Misschien lees je dit niet voor niets, misschien voel je ergens een herkenning, niet zozeer in de details, maar in de beweging. In dat leven dat zich niet altijd laat plannen, maar je wel precies brengt waar je moet zijn, ook als je dat pas achteraf kunt zien.

Fijn dat je hier bent

Ik wilde dit met je delen, zodat je niet alleen leest wat ik doe, maar ook voelt waar het vandaan komt, omdat ik geloof dat juist daar de echte ontmoeting ontstaat.

Fijn dat je hier bent.

Liefs,
Chantal

PS Als je voelt dat jouw pad ook niet recht is geweest, en je verlangt naar iemand die met je mee kan kijken… je bent welkom.

Volgende
Volgende

Hoe lang ga je nog doen alsof het wel gaat?